Lesbrieven netwerken

Inhoud van het lespakket

De zeven lesbrieven uit dit lespakket bevatten elk lesstof voor minimaal twee lesuren. Ze zijn opgebouwd vanuit drie perspectieven: het netwerk als infrastructuur, het netwerk als bron en netwerken als werkwoord.

Lesbrief 1: Een netwerk? Heb ik dat ook?

In de eerste les oriënteren leerlingen zich op de begrippen en de denkwijze die bij de competentie netwerken horen. Ze gaan beseffen dat ze een netwerk hebben en dat ze daaruit hulp ontvangen.

Lesbrief 2: We are open!

In deze les ontdekken en analyseren leerlingen de structuur van hun netwerk. Met deze kennis kunnen zij bewuster en gerichter aan hun netwerk bouwen en de mogelijke hulp uit hun netwerk gebruiken.

Lesbrief 3: Jouw docent is een goudmijn

Hierin ontdekken de leerlingen dat hoe meer verschillende mensen ze kennen en hoe meer nieuwe dingen ze horen, des te meer hulp er in hun netwerk aanwezig is. Ze bekijken welke beroepen er in hun netwerk zitten en wie de mensen kennen die zij kennen.

Lesbrief 4: With a little help from my friends (Durf te vragen)

De vierde les gaat over het belang van contact houden en het bouwen aan vertrouwen en wederkerigheid. Leerlingen oefenen met het bewust uitspreken waar ze naar op zoek zijn of waaraan ze behoefte hebben in het kader van hun studie- en loopbaankeuzes.

Lesbrief 5: Uit het oog is uit het hart

In deze les leren leerlingen dat je mensen regelmatig moet zien om ze op je netvlies te houden. Ze oefenen hoe ze bewust contact met mensen uit hun netwerk kunnen onderhouden en hoe ze bereiken dat anderen zich hen blijven herinneren.

Lesbrief 6: De cursus nieuwe mensen leren kennen

Hierin staan ‘de kunst van het handen schudden’ en andere praktische vaardigheden centraal. Leerlingen oefenen met kennismaken en de juiste indruk maken. Ze leren hoe ze kunnen afstappen op nieuwe mensen en dat ze zich aan anderen kunnen laten voorstellen via de mensen die ze al kennen.

Lesbrief 7: Netwerkhotspots

In deze laatste les oefenen leerlingen met het ontmoeten van nieuwe mensen op nieuwe plaatsen en met het stellen van andere vragen aan mensen op de plaatsen waar ze al komen. Ze leren nadenken over waar de mensen met wie ze in contact willen komen te vinden zijn.