Onderzoek LOB en studiesucces

Bewezen relatie tussen LOB en studiesucces Effect LOB: een derde minder uitval

Op initiatief van project Stimulering LOB van de VO-raad onderzocht ResearchNed voor het eerst de opbrengsten van loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) onder eerstejaars studenten hbo/wo. Daarmee staat het nu ook wetenschappelijk vast: LOB-activiteiten in het vo kunnen uitval in het eerste studiejaar met een derde verminderen.

LOB en studiesucces - Eindrapport.pdf

Scholen doen van alles dat niet in cijfers is uit te drukken. Denk aan de ontwikkeling van sociale en studievaardigheden. We ervaren allemaal dat die inspanningen hun vruchten afwerpen, maar ze ‘communiceren lastig’. Dat gold ook voor de opbrengsten van LOB. Voor Project Stimulering LOB was dat een belangrijke reden om ResearchNed te vragen een LOB-deel toe te voegen aan de Startmonitor. Daarmee verricht het onderzoeksbureau jaarlijks onderzoek naar studiekeuze, studiesucces en studieuitval. Senior onderzoeker Jules Warps: “Voor het tussentijdse rapport moesten we ons nog beperken tot gegevens waarvan we weten dat ze sterk samenhangen met een goede studiekeuze, zoals binding met de opleiding. We brachten een uitgebreid pakket van LOB-activiteiten (of kenmerken) in kaart: hoeveel procent van de eerstejaars studenten geeft aan dat ouders worden betrokken? Hoeveel procent heeft een individueel gesprek met mentor of decaan gevoerd? Enzovoort.” Na de afronding van het eerste studiejaar door de onderzoeksgroep, konden Warps en zijn collega’s per LOB-activiteit nagaan of er verschil is tussen studenten die doorgaan en niet doorgaan. De resultaten zijn gepresenteerd in het eindrapport ‘LOB en studiesucces’. “Daarmee hebben we de studieuitval zélf te pakken: is er een relatie tussen studiesucces en de LOB-activiteiten die studenten hebben gehad?” Dat was de vraag waar project Stimulering LOB het meest nieuwsgierig naar was. En een relatie is er.

Fors verschil

“Bij zeven LOB-activiteiten vonden we een positieve relatie met de mate van studiesucces. Mensen die deze activiteiten hebben gehad, maken vaker de juiste keuze voor vervolgonderwijs.”” Het meest verrassende resultaat voor Warps? “Dat is toch het cumulatieve effect. Dat wil zeggen dat het verschil in studiesucces niet zozeer wordt gemaakt in de keuze voor een bepaalde activiteit, maar draait om een breed aanbod aan activiteiten: én vroeger beginnen met LOB, én ouders erbij betrekken, én individuele gesprekken voeren. Hoe meer activiteiten je combineert, hoe lager de uitval.” Hoe dan ook is er een plafond aan het effect dat LOB kan hebben, weet ook Warps: “Wat je ook aanbiedt, er zullen altijd eerstejaars studenten blijven uitvallen. Maar het effect van LOB is een derde minder uitval. Dat vind ik een heel fors verschil. Reken maar uit om hoeveel leerlingen dat gaat.” Het goede nieuws is dus dat scholen in het voortgezet onderwijs studieuitval de komende jaren flink kunnen terugdringen met hulp van LOB-activiteiten. Al is de manier waarop dat gebeurt, van doorslaggevende invloed.

Aanbevelingen

Het onderzoeksrapport bevat zeven aanbevelingen, allen gebaseerd op de meest ‘effectieve’ kenmerken van LOB (zie kader ‘Checklist’). Project Stimulering LOB van de VO-raad (met financiering van OCW) ondersteunt sinds 2009 scholen bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding van leerlingen. Voor projectleider Katinka Verhagen bevatten de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport veel herkenningspunten: “Zoals op tijd beginnen met het aanbieden van LOB-activiteiten. In alles wat we doen, is de rode draad dat LOB-activiteiten vanaf jaar één beginnen en integraal terugkomen in het curriculum. Om daar praktisch invulling aan te geven en lijn in te brengen, heb je beleid nodig op basis van een heldere visie. Precies daarin zit voor LOB het grote belang van betrokken schoolleiders.” Iedje Heere, sectordirecteur havo/vwo van scholengemeenschap Were Di in Valkenswaard, denkt daar hetzelfde over: “LOB is voor ons een speerpunt in het beleid. En juist de gezamenlijke verantwoordelijkheid van docenten, decanen, teamcoördinatoren én schoolleiding is daarin een succesfactor.”

Checklist: de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport

 

  • Begin niet pas in de laatste twee leerjaren met het aanbieden van LOB-activiteiten, maar al daarvoor.
  • Bied leerlingen individuele gesprekken met mentor of decaan aan in het kader van de studiekeuzebegeleiding – bij voorkeur meerdere gesprekken door de jaren heen.
  • Maak waar mogelijk gebruik van gastsprekers bij algemene voorlichting over hoger onderwijs, studiefinanciering, opleidingen, beroepen.
  • Betrek de ouders bij de studiekeuzebegeleiding, minimaal voor een informatiebijeenkomst.
  • Laat leerlingen aan het eind van havo of vwo hun motivatie voor hun studiekeuze persoonlijk toelichten.
  • Besteed in de keuzebegeleiding aandacht aan vervolgacties die leerlingen kunnen ondernemen om zich zelfstandig verder te oriënteren.

 

Bron: LOB en Studiesucces – Onderzoek naar de opbrengst van LOB op basis van de Startmonitor 2012-2013 / ResearchNed / september 2013

Zelfstandige oriëntatie

De LOB-activiteiten van Were Di komen voort uit een heldere en breed gedragen visie op LOB, vertelt Heere. “Onze visie houdt in dat de ontwikkeling van competenties die je nodig hebt om je loopbaan zelf vorm te geven, integraal onderdeel moet zijn van je leerloopbaan.” Daarin weerklinkt de aanbeveling om aandacht te besteden aan zelfstandige oriëntatie door leerlingen, maar voor Heere speelt er meer: “Als we het aanleren van loopbaanvaardigheden isoleren van wat er verder in de school gebeurt, zullen leerlingen die loopbaanvaardigheden ook benaderen als een apart vak. Dat willen we voorkomen. Je kunt loopbaancompetenties namelijk niet op zichzelf ontwikkelen. Door ze te integreren in verschillende vakken, geef je leerlingen iets in handen waarmee ze zich die vaardigheden eigen kunnen maken. In hun eigen tempo.” Were Di wil leerlingen in het curriculum vooral de vrijheid geven die nodig is om vorm te geven aan hun keuzeproces. “De rol van de school bij loopbaanleren is vooral faciliterend. Ervoor zorgen dát ze in de buitenwereld ervaringen op kunnen doen, dát ze een reëel studiebeeld kunnen krijgen. Daarom zie ik samenwerking met bedrijfsleven, ouders, en andere partners steeds belangrijker worden. Zeker voor leerlingen in havo en vwo.”

Ondersteuning

De onderzoeksresultaten spreken voor zich: combineer een aantal LOB activiteiten en de uitval daalt met 10%. Project Stimulering LOB biedt in 2014 ondersteuning, ook financieel, aan scholen voor versterking van het LOB programma en voor professionalisering van betrokkenen in de school. Bezoek voor de mogelijkheden de website van Stimulering LOB: www.lob-vo.nl. Een goede start is het invullen van de LOB scan, een instrument voor schoolleiders om samen met collega’s binnen de school in kaart te brengen waar hun LOB momenteel staat – om vervolgens samen met een adviseur van het project de vervolgstappen te bepalen.

Het onderzoek kan je hier

LOB en studiesucces - Eindrapport.pdf downloaden.

Vragen of opmerkingen? Mail naar lob@vo-raad.nl.